Des zaterdags trokken we naar Brussel. De werkgever van m’n vriendin had er immers een groots St. Niklaasfeest op poten gezet.
Na amper één uurtje bollen (rijden dus…) staan we oog in oog met echte bollen. Het atomium, dit keer in Kerstoutfit. Slingers, lichtjes, the usual stuff.
Programmaopener is de film ‘Arthur’ in ’t kinédinges.
Dolle pret voor de allerkleinsten, iets minder dolletjes voor krasse dertigers.
(Gelukkig was er gratis popcorn)
Na anderhalf uur werd de spanning een eerste keer opgebouwd…
Ik zette twee lege popcornverpakkingen naast me neer, en ging een drietal graden rechter in mijn stoel zitten…
De muziek – of wat er moest voor doorgaan – klom naar een hoogtepunt.
Beelden werden driester.
Kloppende kinderhartjes.
Papa’s in RDL hartslagzone.
Ineens…
Zwart voor mijn ogen…
Gitzwart…
Wordt vervolgd…
Kwam er op ’t scherm.
Een film zonder einde…
Heb ik weer…
Sjeeezes, wat een domper.
De kleinste baalde als een stevig uit de kluiten gewassen stekker.
Lichten floepten aan.
Overal popcorn.
Kinderen en orde, nooit komt ’t goed.
Het tweede gedeelte van de namiddag diende zich aan.
De activiteitenzone werd verkend…
Nachtkastjes (voor vogels) inéén timmeren. Wat een herrie!
Voorlopig werd hier onze joker ingezet. Mensenkennis, zeg maar.
Bloedbaden in hartje Brussel, ik zag het al voor mij.
“papa, is ‘t normaal dat mijn vinger mee aan ’t kastje is genageld?”
Ik zag de hamerkop al loskomen van de steel, en onbestuurbaar door de activiteitenhall vliegen. De sint als target…
We stapten gezwind door naar de volgende stand.
Zélf snoep maken…
Jezus.
Visioenen van plakkende vingers, polsen, ellebogen.
Straks dicht tegen de GoedHeiligman zijn baard aanleunend…
Onze tweede en laatste joker werd ingezet.
Bij de derde stand bleek het aanschuiven.
Een sympathieke dame was ballonnen aan het plooien.
Je kent het vast wel.
Alleen…
Dit was anders!
De doorsnee clown weet gemiddeld een hondje in dertien seconden te forceren.
Deze artieste stapte af van dit concept en ging ‘all the way’.
Origami voor gevorderden. Specialisten.
Ruim vijftig minuten kon ik haar creativiteit bewonderen.
In ’t begin benijdenswaardig…
Sta me toe enkele voorbeeldjes aan te halen.
Kind V vroeg een palmboom. Dik zeven minuten later was er die palmboom, inclusief een kolonie slingerapen.
Kind W wou een zwaard. Negenentachtig ballonnen later kreeg het een zwaard. Inbegrepen een ridderfort, harnas en jonkvrouw.
Kind X dacht aan een hondje. Daar werden spontaan drie asielen mét vrijwillige medewerkers bijgedacht. Voor de zekerheid voorzien van drink- en eetbakjes.
Kind Y vond een hoedje wel leuk. Kreeg dat kind daar een hoed over ’t hoofd geschoven, waarbij een knieval het logische gevolg was. De paardenrenbaan van Waregem koerse werd mee opgeblazen. Inclusief alle hindernissen.
Kind Z (eentje van ons) stelde een geweer voor. Kon ondertekende dik twintig minuten later een volledige schietstand, kogelvrije tenue en een trits aan geweren de focus inladen.
Maar goed,
het was hun dagje!
Afrondend werd de snoepzone binnengetreden.
Decadentie.
Mensen sleepten er ‘Big Shoppers’ met lekkers naar buiten. Beschamend.
Iemand vond het nodig om een grote rieten mand (decoratie!) onder zijn twee wijd opengesperde armen te nemen, en tot de rand - en erover – te vullen. Diep triest, eigenlijk.
Met het schaamrood (plaatsvervangende schaamte) op de wangen verlieten we het strijdtoneel.
En toen ontsproot zich een ramp.
Zonder wegbewijzering reden we van iets wat als parking moest doorgaan.
Plompverloren.
Ik haat GPS, en houd ’t been stijf.
Op ’t gevoel reed ik de focus compleet vast in de Brusselse binnenstad.
Mijn motto ‘blijven rijden, komt goed’ sneuvelde al snel.
Geen aanknopingspunten, geen borden, niks.
File, dat wel.
Ergernis, frustratie.
(vergelijk het met de start van een massaloop waar je helemaal achteraan moet starten…)
Ik zocht naar positivisme.
Als iemand mij morgen vraagt: “reed je al eens 20 min in de Jubelfeestlaan aan pakweg 0.9km/h?”
Wel, beste lezer…
Ja.
Jij vast niet!
Rode lichten. Alweer.
Ik spring uit de auto en vraag de weg aan de bestuurder voor mij.
Hij wijst richting zijn GPS, en kan me niet verder helpen…
Rode lichten. Of wat dacht je?
Opnieuw vloog de deur open.
Dit keer was de bestuurder achter me kandidaat.
En français…
(schrijf ik dat juist?)
Ik vertaalde vrij: ‘180 graden en blijven volgen’. Simple!
Yeah right!
Groen.
U-turn.
Alle negenendertig verkeerslichten opnieuw beleven. Heerlijk.
In de verte een lichtbakje. Het leek wel zo’n nestkastje van standje één.
Vermoedelijk brandde er een kaars in, ofwel een lampje van 3 Watt.
Gelukkig is Brussel niet meteen groen, en kreeg het verlichtte kastje ineens mijn aandacht.
Met de grootste moeite las ik ring
Lettergrootte zes bij Times New Roman.
Rechtsaf dan maar.
Rechtdoor volgen.
Allemachtig, ruim vijftig minuten na ons vertrek doemde de ring op.
Als een fata morgana.
Ruim nog een uur later waren we al thuis.
Dat ging vlot…
Zeven uur weggeweest van thuis.
Waarvan minstens drie in ’t verkeer.
Film zonder einde.
Geen nestkastje.
Bijna een gsm gestolen (maar dit verhaal wil ik je onthouden).
Ah, als de kids er maar iets aan hebben.
Ow ja, de ballonnen liggen nog in de koffer…
Leuk toch?
Zondag was ’t mijn beurt!
De weervrouw voorspelde toenemende regen in de namiddag, dus ging ik vrij vroeg op pad.
Denk hierbij aan 11h ’s morgens.
Kim Gevaert mocht mee. Althans het gratis regenjasje met haar naam erop.
Absoluut wind- en regendicht.
Je zweet jezelf alleen te pletter.
In de mouw – ter hoogte van de elleboog – ontstaan zomaar twee drinkpoelen.
Veestapels melden zich nét niet aan.
Even de armen strekken voor een geslaagde afwatering, en we kunnen weer verder.
Tien kilometer aan een rustig tempo.
Achterin de training een tweehonderd meter het tempo opgetrokken.
56min35 op de Saxon.
Gedurende die 56 minuten werden er snode plannen gesmeed.
Eerste wedstrijd in januari, te Watervliet?
Waarom niet.
6.15km onder de 25 minuten.
Moet lukken! (vorig jaar nog 25min50)
Eerst maar eens verder opbouwen!
Drie trainingen deze week.
Netjes!
Volhouden nu.
I: 1214km - T: 1520km