Beeld je het volgende maar eens in…
Zondag jongstleden.
Je staat aan de vooravond van je allereerste marathon.
Wat zijn immers veertien luttele dagen in een droom die al jaren sluimert…
Na een pittige zaterdagtraining (zie vorige posting) besluit je om op die bewuste zondag enkele rustige kilometers toe te voegen aan je weektotaal. Een dozijn ‘en plus’ lijkt mooi meegenomen.
Het eerste rondje van negen kilometer vliegt voorbij. Alsof je aan het inlopen bent.
Vlug thuis even gestopt om nog een flinke slok water te nemen.
Je gooit zachtjes de voordeur dicht en vertrekt meteen op ‘kruissnelheid’.
Na 15 meter volgt een eerste 90° bocht.
Zonder inhouden wordt deze koudweg genomen.
Auw.
Schoot daar iets in de kuit?
Links.
“Ik voel toch echt iets”, prevel je binnensmonds.
Vrdoemme. Keertje of zeven.
Intussen wordt het tempo onderhouden (lees: ietsjes minder dan 11km/h)
Onbewust kom je terecht in fase één.
Ontkenning. Dit kan niet waar zijn. zoiets overkomt mij niet. Wedden?
De realiteit is echter dat de pijn niet afneemt, integendeel.
Fase twee.
Negeren.
Je negeert je lichaam. Gaat wel weer over. Straks lachen we er eens mee…
De realiteit is dat er hoegenaamd niet gelachen wordt, naarmate de meters onder je doorschuiven.
In een derde fase denk je dat de pijn afneemt.
Toegegeven, het neemt nog even toe nu, het is immers vals plat hier…
Ook in de knie word je nu iets gewaar…
Onbewust ga je zuiniger lopen. De knietjes gaan minder hoog de lucht in.
Schoorvoetend bijna.
De schuifelende pas gaat over in manken. Je spaart het geteisterde been.
Het is echt geen zicht meer. Hoongelach klinkt vanachter struikgewas…
Bestaat fantoompijn ook wanneer je nog over alle ledematen beschikt?
Straks ga je googelen. Wedden?
Gelukkig is drie kilometer niet zo schrikwekkend ver, dus sta je even later thuis.
Aankloppen. Kid doet open, zich niet van het kwaad bewust.
Stilzwijgend treed je de living binnen.
Plof, daar lig je.
Een volwassen eik is geveld.
Wat rest is een hoopje ellende, amper nog een twijgje van die voorheen zo grote eik, vol van vertrouwen.
Al je hoop is nu op het warme bad gevestigd.
Meestal helend. Soms ook niet.
Terwijl het warme water zijn werk doet, voel je de pijn minderen. Wegtrekken.
Hoop!
Zorgt veelal voor leven. Spreekwoordelijk toch.
Toenemend vertrouwen. Een boost, als het ware. Zie je wel!
Vol moed stap je uit bad.
Tsjakkah. Een niet te miskennen pijnscheut teistert je kuit/knie.
In een fractie van een seconde wordt de hemel voor de hel geruild.
De zondag kan niet snel genoeg om zijn, en met een gevoel van vertwijfeling stap je behoedzaam in bed.
Maandag. The day after.
Je durft haast niet opstaan. Bang voor de confrontatie.
Toch moet je. Voorzichtigheid is geboden. De linkerkant wordt gespaard.
Testen (lees: volop steunen) durf je niet…
Laatste vakantiedag.
Op de kast lachen vier tickets voor Technopolis je toe.
Het gezin wordt stilaan wild. Jij daarentegen…
Onbewust ga je doorstappen, en links voller belasten.
Tot je…
die pijn voelt terugkeren in de kuit.
F*ck!
Verloren rijden in Mechelen, het kan niet op.
Geen enkel teringbord van technopolis te bespeuren in het centrum van Mechelen.
Sjeeeezes.
Sprokkel je de baaldagen op tot 13 september?
Het begint erop te lijken.
Een vriendelijke pompbediende wijst je uiteindelijk de weg.
De ingang van technopolis ligt op een hoogte.
De tocht ernaartoe confronterend.
Die pijn in de kuit ben je inmiddels gaan gewoon worden, die plotse steken echter bij het beklimmen van een helling…
Technopolis…
Leuk voor de kids.
Jouw gedachten liggen elders.
En toch gaat ook die dag aan je voorbij…
Dinsdag.
Eerste schooldag. Werkdag dus voor ons, leerkrachten.
Collega’s roepen al van ver: “hey Filip, hoe is ‘t?”
Nog voor je een woord kan uitkramen voegen ze er pijlsnel aan toe: “en met je lopen?”
Het is een bittere pil om slikken, telkens weer. Uitleggen lukt niet, hoeft nog minder.
Enkelen, collega lopers, snappen het plaatje.
Anderen beginnen vanzelf over hun eigenste vakantieavonturen. Dolle pret.
Je luistert wel, maar hoort niks.
Nieuwe leerlingen doen je zinnen verzetten.
Enkel de trap op (en af) is confronterend. Telkens weer.
Wie vond ooit al die speeltijden uit?
Woensdag.
Drie dagen zijn inmiddels verstreken.
De pijn is – eerlijk toegegeven – ietwat afgenomen.
Slechts bij uitzondering een pijnscheut.
Je overweegt de loopschoenen aan te trekken…
Drie kilometer, aan een héél rustig tempo.
Onmiddellijk stoppen bij een erger wordende pijn.
Zo luidt het plan.
De saucony’s gaan dicht.
Idem voor wat betreft de voordeur.
Bijzonder omzichtig worden de eerste pasjes gezet.
Voelt stijfjes aan. Beide benen.
Hectometers later keert de soepelheid terug.
Je houdt woord, en versnelt niet!
Lichtjes voel je de kuit.
Inmiddels twee kilometer op pad.
Dik 12 minuten… Niet naar kijken, geen tussentijden!
Sterker dan jezelf.
Op karakter houd je het zielig tempo’tje aan.
De pijn in de kuit wordt niet erger. Nadruk op ‘niet’.
Ruim 18 minuten later sta je aan de voordeur.
Je twijfelt…
Nog een rondje?
Neen! Karakter tonen.
Vertwijfeling slaat weer toe.
De pijn in de kuit is er nog, maar wordt niet erger tijdens het lopen.
Pijnscheuten worden sporadischer, minder hevig.
Vraag is…
Wanneer is er volledig herstel?
Morgen? Maandag de veertiende?
Terwijl het donker wordt, knoei je een bijdrage inéén voor die ellendige blog.
Die blog die je feilloos ging meenemen naar Ieper. Wat zou hij…
Op vandaag liggen de kaarten anders.
Helaas!
I: 1086km - T: 1378km