Voor één keer
Met de aanstelling van Robert Van de Walle als een overkoepelende supercoach (bron: HLN) bewijst Bert Anciaux nog maar eens dat hij - ook op het einde van zijn rit als Minister van Sport - de Vlaamse sport een groot hart toedraagt en dat hij tot op de laatste dag alles in het werk stelt om de kloof met de ons omringende landen te dichten.
Ik sprak laatst met Robert in december ll., tijdens het sportgala in Oostende. Robert is een man met een immens groot, maar gekwetst, sportershart. Het deed hem duidelijk pijn langs de zijlijn te moeten zien hoe het Belgische judo meer en meer de afgrond in glijdt en hoe het overgrote deel van de Belgische topsporters zich de tanden stuk bijt op de sperzone rond het Olympische podium.
Het deed hem ook pijn te zien dat de intrinsieke motivatie om de hoogste top te bereiken soms wel eens ontbreekt bij een aantal van onze toppers. Tijdens een avondlijk gesprek dat we hadden tijdens de Olympische Spelen in Beijing sloeg hij met zijn vuist op zijn nog altijd indrukwekkende borstkas. 'Het moet van hier binnen komen', zei hij, 'van hier binnen'.
Het deed hem ook pijn dat hij overal met zijn hoofd tegen een muur van onbegrip liep, dat hij zijn ideeën niet kon waarmaken. Dat zijn immense Olympische ervaring onbenut bleef.
En toch weigerde hij aan de kant te gaan staan, mee te doen met de doemdenkers, zijn kar te parkeren in het eindstation van het institutionele immobilisme. Omdat, bijna 30 jaar na zijn gouden medaille, het Olympische vuur nog altijd brandt. Diep vanbinnen.
Vanaf morgen mag hij, met dank aan minister Anciaux, die spirit en dat vuur overbrengen op de topcoaches en de talenten van Vlaanderen. Ik hoop dat iedereen die van de Vlaamse topsport houdt, dat alle instanties die hun zeg hebben in deze Vlaamse topsport, zich achter Robert scharen en hem alle kansen geven.
Als één man. Voor één keer!