
Ik denk dat Lars Boom een fervente ‘Eén-kijker’ is, en vooral dat hij houdt van ‘Vlees en bloed’. ‘Ik ben nogal ne keirel, hè’, zie ik hem toch denken. Vóór, tijdens en na de cross.
Een kerel met branie, een kerel die zijn relatief povere wedstrijdresultaten van dit seizoen (tot nog toe amper 4 overwinningen) altijd zodanig wist te verpakken dat hij hoe dan ook de beste was. Veruit zelfs, of hij nu won, vierde of zestiende werd. Alleen als hij won ging hij echt voluit, of neen, zelfs ook dan niet. Soms ‘speelde’ hij wat met de tegenstand. Naar eigen zeggen dan toch. De andere keren hield hij zich in. Het was dan te steil, te snel, te vlak, te kort, te lang. Te gevaarlijk ook wel. Of was hij net terug van stage. Eén forse lendenruk van Lars, of 5 pittige minuten, volstonden meestal voor een adoraat ‘waw’-geroep.
Lars haalt zijn schouders op voor de Belgen, voor het blok dat ze zullen vormen. Hij gelooft er niet in. Evenmin als ikzelf trouwens. Een wereldtrui is veel te veel waard om er niet voluit zelf voor te gaan, met het hakmes tussen de tanden, ongeacht de trui die je vóór, naast of achter je ziet. Daarover kunnen we het dan wel eens zijn.
Lars ziet zichzelf als torenhoog favoriet. Meer zelfs: wie doet hem wat?
Dat zal dan wel. Lars is inderdaad ‘ne keirel’. Ik hou wel van zijn stijl: zelfzekere lefgozer, een beetje spottend rondkijkend. Niet uit zijn lood te slaan. Een superatleet ook. En alleen daarom al superfavoriet.
Maar read my lips and hear my words: hij gaat het niet gemakkelijk krijgen. Ik ken hier ook een kerel die zich nooit beter voorbereidde op een wereldkampioenschap, die misschien voor de eerste keer in zijn carrière bereid was om andere prioriteiten te leggen in zijn wedstrijd- en trainingsplanning, helemaal in functie van die ene wedstrijd. Die daarom een heel seizoen tactischer reed dan ooit, meer focuste op een aantal objectieven en tijdens de voorbije maanden met meer verstand en overleg te werk ging dan voorheen. Die desondanks al zijn doelen tot nog toe heeft bereikt, die voor het eerst sinds lang misschien geen superfavoriet is, en die daarom ontspannen kan en mag toeleven naar de hel van Hoogerheide.
Lars houdt er dus misschien best rekening mee dat Sven goed is. Hij trainde voor het eerst sinds lang nog eens voluit deze week. Op dinsdag nog bijna 180 kilometer, op woensdag nog pittig in het veld. Vrijdag stond de teller pas stil als hij de 100 kilometer was gepasseerd. Volgende week volgt dan rustweek, om bij Adri Van der Poel topfit aan de start te verschijnen. Om dan keihard te kunnen knallen, daar in het zuiden van Holland.
Morgen komt eerst de wereldbekerwedstrijd van Milaan nog aan de beurt. Ik weet niet of Sven de nodige frisheid zal hebben om er voor het podium te gaan. Dat is in dit stadium van het wedstrijdseizoen – voor hem althans - van minder belang.
Ikzelf zal er in Italië niet bij zijn. Even moet ik nu mijn aandacht richten op een andere kerel. Veel straffer dan Lars en Sven samen. Wie weet sta ik over een kleine 20 jaar zijn naam te schreeuwen langs het parcours.
Go Mathias, go!!!