Gebruiksklare voorzetten
In mijn school, Rozenberg S.O. in Mol, geef ik aan de studenten van de afdeling Lichamelijke Opvoeding en Sport het vak sportpsychologie. Eén van de onderdelen is ‘coaching’. Ik ga daar in op de vraag hoe je een atleet in de juiste mentale ingesteldheid kunt brengen om optimaal te presteren op het juiste moment.
Eén van de technieken is gekend als ‘het opwekken van een gedoseerde en gerichte woede’. Het komt erop neer dat je je atleet nijdig maakt, zodat hij op het gepaste ogenblik net dat ietsje meer uit zijn body kan, en vooral wil halen. Dit jaar wordt het me in het veldrijden wel echt gemakkelijk gemaakt. Met dank aan Niels Albert. In bijna elk interview vind ik wel iets terug waarvan ik denk: ‘Tjonge, tjonge. Weer een fantastische, gerbruiksklare voorzet.’ Neem nu Niels laatdunkende uitlatingen over Sven’s prestatie in Peking: ‘Ikzelf - Sven mag me tegenspreken - zou ontgoocheld zijn met een negende plaats als je ziet dat de Italiaan Fontana vijfde wordt. In de cross lachen wij met Fontana…’ (GVA, 11/10/08) en nog: ‘Ik vind het knap, maar als je ziet dat Fontana, ook een crosser, vijfde rijdt op de Spelen, dan denk ik persoonlijk dat Sven er meer van had verwacht. Hij heeft er zo hard voor gewerkt, speciaal in zo’n cabine gaan trainen, op je eten letten … en dan net top tien rijden… (blaast)’ (Sport Wielermagazine, 22/10/08). Een laatste nog, om het af te leren: ‘Ik steek het niet weg: ik ben aan de poten van zijn stoel aan het zagen. En hopelijk ligt hij binnen de kortste keren met zijn 'gat' op de grond.’ (HLN, 13/10/08).
Ik haal dergelijke uitspraken af en toe aan. Kort. Er lang over doorgaan is niet nodig, niet wenselijk zelfs. Ik zie Svens blik dan - heel even maar - harder worden. Dat is genoeg. Genoeg voor Sven om er die laatste jump uit te persen, net vóór de meet. Genoeg om op de Koppenberg de rug nog eens extra te krommen. Genoeg om in iedere cross rond te rijden met een ‘over mijn lijk-mentaliteit’. Genoeg om in een wedstrijd te starten met één oog. Of met één hand.
Als het moet met één been.
Vorige week ben ik naar het ‘Kuipke’ geweest. Vooral, misschien wel enkel en alleen, voor de wedstrijd achter dernys. Ik hou van het snorrend geraas van die machientjes, van de benzinegeur (dit jaar bij primeur afwezig in Gent), van de hoge snelheid, het gefingeerde spektakel in de steile bochten, van de afgeslagen aanvallen en van de ultieme eindjumps.