« april 2008 | Hoofdpagina | juni 2008 »

mei 2008 Archieven

01 mei 2008

A bloc

‘Mario Aerts blijft maar beter worden’ zei Cadell Evans vorige week nog. Evans is tevreden over Mario, blijkbaar zelfs meer dan tevreden. Cadell weet ook dat hij hem nog nodig zal hebben en op hem zal moeten kunnen rekenen, binnen een tweetal maanden in zijn verhoopte raid naar het geel over de Franse wegen. Want zonder die gasten die hem dag na dag in en naast het peloton uit de wind zetten, tempo maken achter ontsnapte concurrenten,  regenvestjes en drinkbussen aandragen en hem keurig ‘afzetten’ aan de voet van de laatste klim, wordt het straks niks in Parijs.

 

Mario heeft zich ondertussen al enige tijd neergelegd bij zijn rol als meesterknecht. Misschien – waarschijnlijk zelfs – niet onverstandig. Hij is geen winnaar. De motor is trouwens net iets te klein om gelijke voet en wiel te houden met de grote kanonnen, als het er echt om gaat. De Waalse Pijl 2002 is ondertussen al (te) ver weg.  Hoewel… Soms vraag ik me af hoe zou het zijn als hij drie renners rond zich zou hebben? Als hij geen trap teveel zou moeten geven vóór het begin van de finale?

 

Daarom hoop ik dat hij nu en dan nog eens voor zichzelf kan en mag rijden. Dat hij beloond zou worden voor zijn beroepsernst, voor zijn trainingsarbeid. Dat hij nog eens één keer boven zichzelf zou uitstijgen. Meeglijden in een goede ontsnapping, gebruik maken van dat ene moment van twijfel bij zijn vluchtgezellen…

 

Deze week rijdt hij de Ronde van Romandië. Zonder Evans, zonder uitgesproken kopman. Ik had hem net nog, vlak voor de start van de tweede rit,  aan de telefoon. Zoals vóór zijn vertrek naar deze korte, maar zware rittenwedstrijd heb ik hem nog eens gevraagd om alles uit de kast te halen, aan te klampen zolang het kan, nooit toe te geven aan de neiging om zich ‘aan de kant te zetten’, als het niet meer gaat, als de benen op ontploffen staan. Om ‘à bloc’ te gaan in de tijdrit van morgen, niet echt zijn geliefde specialiteit.

 

Hij kan er alleen maar nog meer respect mee afdwingen. En dat kan helpen, als straks de nieuwe contractbesprekingen eraan komen.

04 mei 2008

Trainersdiploma en gezond verstand

Besnik Hasi bereikte woensdag een principeakkoord met Anderlecht over zijn nieuwe functie als assistent-coach, zo las ik vorige vrijdag in Het Nieuwsblad (HNB, Sportwereld 5). Hasi ziet zichzelf als de geknipte persoon. Hij heeft als speler heel wat ervaring, hij kent het huis, werkte in het verleden als speler al samen met Ariël Jacobs en hij spreekt heel wat talen! Dat kan tellen. En bovendien – hier komt het -  is hij van plan om alle trainersdiploma’s te halen. Ook de pro-licence. Nu gij!

 

Voor zover ik weet gaat het in de normale wereld van de weldenkenden net andersom. Eerst een diploma, dan een job. Om dan onderaan de ladder te beginnen. Om daar, stap voor stap ervaring op te doen, om de theorie aan de praktijk te toetsen. 

 

Niet zo bij Anderlecht – tot nader orde toch de meest prestigieuze club van het land - , niet zo in het Belgische voetbal. Niet alleen de beleidsmensen van Anderlecht verliezen hier heel wat van hun geloofwaardigheid, in één beweging ook de hele voetbalbond die dit reglementair mogelijk maakt.

 

Nochtans zijn de heren van de voetbalbond streng als het aankomt op het behalen van diploma’s. Een collega van mij, licentiaat Lichamelijke Opleiding met optie voetbal, zelf een niet-onverdienstelijk voetballer in Bevordering, zal er ongeveer 6 jaar over doen om zijn pro-licence te behalen. Als hij dan al zal voldoen aan de bijkomende voorwaarden die worden opgelegd als hij over 4 jaar zijn UEFA-A diploma zal hebben behaald. 

 

Net als al diegenen die aan de opleiding begonnen zonder enige sportwetenschappelijke background moest hij, zonder vrijstelling voor wat dan ook, helemaal onderaan de ladder beginnen met het behalen van het getuigschrift C, nodig om training te geven aan de duiveltjes… Het moet echt wel zijn dat de Voetbalbond (inschrijf)geld(en) nodig heeft.

 

Ach, misschien vergis ik me nog maar eens. Misschien heeft Besnik Hasi tijdens zijn profcarrière door zelfstudie wel voldoende kennis opgedaan om (top)sporters te begeleiden. Misschien kent hij alles van aërobe en anaërobe uithouding, van krachtuithouding en explosieve kracht, van supercompensatie en overload, van de formule van Karvonen en maximaal zuurstofopnamevermogen, van zuurstofschuld en de maximale lactaatsteadystate, van warming-up en cooling-down, van stretching en stabilisatietraining, van…

 

Maar mocht dit niet het geval zijn, dan vrees ik dat de neerwaartse spiraal waarin het Belgische voetbal en Anderlecht zich bevinden nog lang niet ten einde is. En nog maar eens: dat heeft geen fluit te maken met budgetten.

 

Dat heeft te maken met gezond verstand.  Of het gebrek eraan.

08 mei 2008

Nog één keer diep gaan

‘Eigenlijk is dat niets om fier over te zijn’ zei een bevriende arts – zelf een fervent sportbeoefenaar – me toen ik hem aan de telefoon zei dat ik vorige dinsdag tijdens een fietstraining gedurende meerdere minuten gereden had met een hartslag die schommelde tussen 182 en 187. ‘De leeftijd van 40 jaar is een scharnierpunt in een mensenleven. Ook voor getrainden. Van dan af zijn piekinspanningen sowieso uit den boze’ vervolgde hij. ‘En voor zover ik weet ben je dat punt al meer dan 10 jaar gepasseerd.’

 

Toen ik hem zei dat ik – nog maar eens – van plan ben een poging te ondernemen om in juli mijn eigen besttijd op de Mont Ventoux te verbeteren, en dat mijn gemiddelde hartslag tussen Bedoin en de top vorige keer om en bij de 183 was,  was het hek helemaal van de dam. ‘Wat wil je bewijzen? Waar is het allemaal voor nodig? Moet je er misschien je kost mee verdienen? Je hebt maar één keer een goede gezondheid. Ach, ik weet dat al wat ik zeg niets uithaalt. Wat jij eigenlijk nodig hebt is een signaal. Je zou eens onpasselijk moeten worden – niet te ernstig natuurlijk – tijdens één van je exploten. Misschien dat dan het gezond verstand de bovenhand zal krijgen op dat absurde competitieve gedrag’.

 

Ik moet eerlijk bekennen dat ik na dit gesprek stof tot nadenken had. Niet voor de eerste keer trouwens. Mijn eigenste vrouw houdt evenmin van dat haantjesgedrag, en ze heeft ook al meer dan eens de vinger in de wonde gelegd als ik na een pittige fietstraining verwaaid en uitgeput neerplof in een zetel.

 

Ik denk echt wel dat ik eindelijk eens rekening  ga houden met al die goede raad. Na zondag tenminste. Want dan rijd ik Tilff-Bastogne-Tilff. Met een vriend die na vorig jaar nog een appeltje met mij te schillen heeft. Op de Côte de Wanne, op de Col du Rosier en op de Côte de la Redoute.

 

Nog één keer diep gaan dus. Ik kan niet anders. Maar dan is het over and out! 

12 mei 2008

100 jaar

Ik heb – een overigens schitterende - Tilff – Bastogne - Tilff overleefd. Mijn vriend ook. Ik voel me – hoe kan het ook anders - overwinnaar op punten. Hij zal dit  – hoe kan het ook anders – niet toegeven. Onterecht. Of wat dacht ge? Vanuit mijn perceptie, vanuit mijn interpretatie van de openlijke en sluikse vijandelijkheden die zich afspeelden op de met zon overgoten flanken van de Mont Le Soie, de Côte de Wanne en de Côte de la Redoute dan toch.  Zo gaat dat als je klappen krijgt, en als je er vooral van overtuigd bent dat je er net iets meer hebt uitgedeeld. Voor de laatste klap moest ik mijn hartslag wel opjagen tot 196 slagen per minuut, daar bij die laatste demarrage op La Redoute. Net op die plaats waar Frank VDB eens diep in de doffe, bloeddoorlopen ogen van Bartoli keek en met enkele forse lendenrukken de Forza Italia een dreun verkocht die nazinderde tot voorbij Rome.  Hoe dan ook, mijn motor hield stand, hoewel ik denk dat het maar nipt was. Erg nipt.

 

Een stel kinderen, of een stel overjaarse macho’s. Zo omschrijft mijn vrouw met een  ogenschijnlijke contradictio in terminis dit haantjesgedrag, vooral in voege bij half geflipte en flippende, licht en fel grijzende wielertoeristen die zich even Valverde of Rebellin willen wanen op de Ardense hellingen. Zij heeft overschot van gelijk. Nog maar eens. Niemand zit te wachten op dergelijke would-be prestaties van pseudorenners, enkel goed voor het totaal onbelangrijke, bestofte en beduimelde persoonlijke prestatiearchief.

 

Gedaan ermee dus. Vanaf nu geen piekinspanningen meer. Sporten nog wel, maar dan louter voor de gezondheid. Ik ben er daarstraks trouwens al mee begonnen. 50 kilometer ontspannen bollen , handen losjes bovenop het stuur. Gemiddelde hartslag: 128 slagen per minuut. Bijna 70 slagen onder mijn maximale hartslag. Nu gij! Waar zijn ze nu die niks geloven van mijn  goede voornemens. Waar? Het blijft zo stil?

 

Er wenken nieuwe horizonten, verre einders. En dan word ik 100 jaar oud. Minstens. Zeker weten.

15 mei 2008

Wat wijzer

Ik zag gisteren tegen de verschrikkelijk steile bosflanken in Wezemaal een goed ogende, sterke Sven Nys aan het werk. Hij straalde power, gezondheid, gretigheid en vooral enthousiasme uit. Voor de eerste keer sinds het einde van het veldritseizoen trainde hij voluit, wedstrijdgericht dus, met het oog op het Europese kampioenschap mountainbike van volgende zondag in Sankt-Wendel. Juist, net daar waar hij in 2005 zijn eerste en voorlopig enige wereldtitel veldrijden behaalde.

 

Nochtans mogen de verwachtingen na amper zes weken training niet  hoog gespannen zijn. Het trainingsaccent lag bij Sven gedurende deze voorbije periode op het uitbouwen van een zeer brede uithoudingsbasis. Relatief rustige trainingsritten van 5 tot 6 uur waren tijdens zijn stage in Mallorca eerder regel dan uitzondering. Noodzakelijk, maar vermoedelijk ruim onvoldoende om zijn voet te kunnen zetten naast de betere renners die al heel wat wedstrijdritme opdeden in o.a. Houffalize, Offenburg en Madrid. Daarnaast werden – net zoals bij haast alle Olympisch geselecteerden - onder leiding van professor Hespel uitvoerig testen uitgevoerd in de klimaatkamer van het Topsport ABC van de KULeuven. Het hitteprobleem, weet je.

 

Sven start helemaal achteraan het deelnemersveld. Geen reden tot stress of paniek deze keer. De Olympische selectie is binnen. Het eindresultaat is relatief onbelangrijk. De doelen van deze wedstrijd zijn ritme opdoen, ervaring in het juist verdelen van de inspanning over de hele wedstrijdduur, en  - misschien vooral dit – de nieuwe adviezen van prof. Hespel in verband met de vochtopname in de praktijk uittesten. We willen eindelijk eens komaf  maken met die vervelende krampen die steeds weer optreden na ongeveer anderhalf uur wedstrijd, vermoedelijk ten gevolge van overmatig vocht- en zoutverlies.

 

Zondagavond zullen we alleszins weer wat wijzer zijn. Zullen we weer wat kunnen bijsturen. Zullen we weer een stapje dichter zijn bij de Olympische droom.

16 mei 2008

Loslaten

Toen ik woensdag op televisie een fel geëmotioneerde Carlos Rodriguez zag nadat Justine Henin haar afscheid had aangekondigd, moest ik aan Mon Van den Eynde zaliger denken, ontegensprekelijk de grootste atletiekcoach die België ooit heeft gehad. Mon liet jammer genoeg nooit echt het achterste van zijn tong liet zien als het ging om de finesses van zijn trainingsprogramma’s, maar een aantal van zijn uitspraken zijn vandaag, meer dan 30 jaar na datum, nog altijd brandend actueel.

 

Eén van zijn oneliners was: ‘De trainer maakt de atleet maakt de trainer’.  De ene kan niet zonder de andere, ze maken elkaar groot. Er kan geen grotere invulling aan deze uitspraak gegeven worden dan door wat Carlos tijdens de persconferentie zei: ‘Zonder haar was ik niets. Ik ben iemand geworden dankzij haar. Ik heb een uniek leven mogen leiden dankzij haar. Dat neem ik mee’  Enkele ogenblikken later vervolgde hij: ‘Het meest trots ben ik dat Henin zelfstandig als vrouw zo’n moedige beslissing durft te nemen. Dat is het bewijs dat mijn werk vruchten afgeleverd heeft. Ik heb haar niet alleen geholpen een kampioene te worden, maar ook een zelfbewuste vrouw.’

 

Carlos Rodriguez heeft aan coaching een invulling gegeven waarvan iedere coach alleen maar kan dromen. Een invulling die veel verder gaat dan het maken van trainingsschema’s, veel verder dan het tellen van de winning games, veel verder dan het regelen van reizen, hotelaccomodaties en sparringpartners.  Carlos Rodriguez was voor Justine Henin trainer, coach, mentor, klankbord en pedagoog. Carlos was gedurende al die jaren niet alleen zijn eigen sterke zelf. Hij werd ook een deel van Justine, Justine werd een deel van hemzelf. Hij maakte van Henin niet alleen een grote tennisspeelster, maar ook een grote dame.

 

Carlos verdient, net als Justine Henin, tonnen respect. Misschien wordt elkaar loslaten morgen wel de grootste opdracht.

18 mei 2008

Gerust gesteld

Pas als voorlaatste van het bij benadering tachtigkoppige deelnemersveld mocht Sven Nys zich in Sankt-Wendel naar de startlijn van het Europese kampoenschap mountainbike begeven. Na de eerste van de in totaal 7 ronden kwam hij door op een 36ste  plaats, dan al op 1 min en 13 sec van de koploper en latere winnaar Florian Vogel uit Zwitserland.

 

Tijdens de volgende 6 ronden verloor Sven nog amper tijd op ‘s werelds allerbeste mountainbikers. Zijn laatste twee ronden waren zonder meer super: hij realiseerde een derde tijd, 21 sec langzamer dan Vogel, en 1 sec trager dan Christoph Soukup uit Oostenrijk die vijfde zou worden. Het uiteindelijk verdict was een 16de plaats, in het wiel van wereldkampioen Julien Absalon en op 16 luttele seconden van de 10de stek van Marco Fontana. Zonder die abominal slechte startpositie zat er zoveel meer in, alleszins heel ruim een plaats binnen de top-10. Zoveel is zeker.

 

Ik moet toegeven dat Sven me verbaasd heeft met deze prestatie , vooral dan rekening houdende met de zeer korte voorafgaandelijke trainingsperiode en het complete gebrek aan wedstrijdritme. Ik noem dit klasse!

 

Wat me echter vooral, en meer nog dan die zestiende plaats, tevreden stelt is dat de doelstellingen die we hadden vooropgesteld (zie blog van 15 mei) voor 100 % zijn ingelost.

·        Voor de allereerste keer had Sven geen krampen in een mountainbikewedstrijd. De hoeveelheid drank en de samenstelling ervan, uitgedokterd na verschillende tests door prof. Peter Hespel van het Topsport ABC, voldoen perfect.  Sven woog na de wedstrijd bovendien exact evenveel als ervoor, wat betekent dat hij zijn vochtverlies volledig heeft kunnen compenseren. Uiteraard waren de klimatologische omstandigheden niet dezelfde als in Peking. Maar toch, we zijn ontegensprekelijk op de goede weg.

·        Sven slaagde er voor de allereerste keer in om zijn wedstrijd perfect in te delen. Meer zelfs, zijn remonte tijdens de laatste 2 ronden was ronduit indrukwekkend. En laat ook dat één van zijn zwakke punten uit het verleden zijn geweest.

 

Hoewel één zwaluw de lente niet maakt, en er geen enkele reden is om te gaan zweven, ben ik na vandaag gerust gesteld. De voorbije inspanningen van vooral Sven en het team rond hem renderen. Morgenochtend vertrekt hij voor een blitsbezoek naar Peking, om met eigen ogen het parcours te bekijken en uit te testen.  Woensdagavond is hij al terug thuis. Naar ik hoop voldoende fris om al snel verder te kunnen werken.

 

De weg is immers nog lang.

20 mei 2008

Nabootsen

Ik heb daarstraks een vrij enthousiast telefoontje van Sven Nys gekregen vanuit Peking. Het was er om en bij de 28 graden, en niet al te vochtig. Sven had een kleine 2 uur rondgereden op het mountainbikeparcours van de Olympische Spelen. Korte hellingen, niet echt steil. Enkele moeilijke, technische afdalingen met uitstekende rotsblokken. Veel draaien en keren, voldoende recuperatiemogelijkheden.  Meer moet dat niet zijn voor Sven.

 

Dat ziet er, wat betreft parcours althans,  dus goed uit.

 

Daarnaast bleken de smogtoestanden, alleszins op dit ogenblik, best mee te vallen. Dank zij een aantal drastische maatregelen wordt voor de periode van de O.S. bovendien nog beterschap beloofd.

 

We gaan nu dit parcours zo goed als kan nabootsen. Sven meent dat hiervoor in Langdorp perfecte mogelijkheden zijn. Daar gaan we dan heel gericht en specifiek trainen. Op hoop van zege.

 

Peking wordt – heel misschien dan toch - alweer een iets meer haalbare kaart.

21 mei 2008

Heel wat

Sinds vorige week zaterdag hebben ze voor het eerst sinds lang de draad weer opgepakt: Dirk Van Gossum en Marc Herremans, gescheiden én voor altijd verenigd door de éne vemaledijde val, trainen weer samen in Lanzarote.

 

Ondanks eerdere dure eden en beloften wil Marc zich nog maar eens voorbereiden op de Ironman van Hawaii. Hij wil er voor de tweede keer winnen, echter niet nadat hij vooraf in Klagenfurt een gooi zal hebben gedaan naar het wereldrecord in de handcycling division. Traditiegetrouw traint hij op dit ogenblik om en bij de 30 procent meer dan wat ik op zijn schema heb gezet. Is het ooit anders geweest? Rechtaan, rechttoe. Eén weg. Survival of the fittest. Er staat geen rem op. Als we praten over zijn trainingsplanning zegt hij ja en denkt hij neen. Of hij zegt neen en denkt ja. What’s the difference?

 

Een crème van een gast voor anderen, ongenadig voor zichzelf tegen de flanken van de Mont Ventoux, in de outback van Australië, 300 meter hoog op El Capitan, tussen de lavavelden van The Big Island. Citius, altius, fortius. Zo was het en zo is het. Zo zal het altijd zijn. Wie ben ik om dat te veranderen? Moet het trouwens anders?

 

Good old Dirk Van Gossum dan. Ik weet het, ik voel het: hij gaat zaterdag stunten op het meest onherbergzame Canarische eiland. Minutieus werkte hij zijn trainingsschema’s af, als een metronoom, zonder één hapering. Niks was te veel, geen tempo was te hoog. Hij oogt goed. Wat zeg ik? Hij oogt schitterend: gefocust en scherp, zoals in zijn beste jaren. Toen hij – remember - iedereen het nakijken gaf langs de kustweg van Puerto del Carmen.

 

Willy Peeters van Codagex, zijn carrièrelange fietssponsor, bezorgde hem een juweel van een fiets (COLNAGO). Zeven luttele kilootjes vers aan de haak, triatlonbeugel inbegrepen. Ultralicht, maar sterk genoeg om Dirk met op zijn rug een gigantisch vat vol ervaring over de hellingen en tegen de helse wind in te loodsen. Veel sneller allicht dan een hele horde  meestrijdende triatlonwolven, sommigen meer dan 20 jaar jonger dan Dirk. 

 

Dirk gaat het beste van zichtzelf geven. En dat zal heel wat zijn. Heel wat.

26 mei 2008

Bekwame vakman

Soms sparen atleten hun trainer.  Zo hield Dirk Van Gossum een kuitblessure, die pas enkele dagen voor de start van de Ironman van Lanzarote de kop opstak, voor mij verborgen. Tot aan het begin van de marathon dan toch, toen hij – zij het node - kleur en pijn moest bekennen. Met een opgezwollen linkerkuit, haast twee maal zo dik als de rechter, sleepte hij zich door die ellendige, eindeloos lange marathon. Naar een ondanks alles meer dan verdienstelijke 8ste plaats, enkele weken vóór zijn 46ste verjaardag. Hij beet door. Voor zichzelf, maar misschien – neen zeker – nog veel meer voor Anita, Carlo, Bob, Heidi, Willy, Piet, Sabine en Marc. Voor mij. Voor al diegenen die van ver waren gekomen om getuige te zijn van  zijn allerlaatste Ironmanexploot. Opdracht volbracht, maar er zat zoveel meer in. Jammer.

 

Ver vóór hem uit wroette een andere Belg, Bert Jammaer, zich naar een schitterende overwinning. Van start tot finish aan de leiding op ’s werelds zwaarste triathlonparcours. In één ruk nestelde hij zich in het zo kleine kransje van Belgen die zich winnaar van een Ironman mogen noemen. Mooi van Bert, die met een nooit aflatende ver- en gebetenheid jaar na jaar progressie maakt.

 

Bert dankt ongetwijfeld veel aan zijn trainer, Marc Lamberts. Marc is zonder meer een bijzonder bekwame vakman die in stilte maar met een bewonderenswaardige professionele gedrevenheid het beste uit zijn atleten haalt. Hij beleeft hoogdagen, niet alleen in Lanzarote, maar ook in Italië waar een andere poulain van hem, Jurgen Van Den Broeck, de Belgische wielerwereld in de Giro haast met verstomming slaat. VDB (what’s in a name?) lijkt in de derde week van deze beestig zware ronde op weg naar een onverhoopte top-10 plaats.

 

Wie zei ook weer: ‘De trainer maakt de atleet maakt de trainer’?  Hij was een wijs man.

27 mei 2008

Cafébezoek plannen

Het invullen van whereabouts, ‘out of competition’ controles, het fabriceren van plasjes onder toeziend oog, al dan niet van het andere geslacht, het afleveren van bloedstalen, nachtelijke invallen, het doorzoeken van vuilnisbakken, wagens en sporttassen: als het van wetenschappers in Engeland en Vlaanderen afhangt valt deze voorkeursbehandeling niet langer exclusief ten deel aan sportlui allerhande. Want: ook studenten slikken, en niet weinig.  Zowat in de orde zoals het wielerpeloton dat deed in een heel nabij verleden. Immers, tachtig procent van alle studenten zou pilletjes slikken om de blokperiode door te komen. In de helft van de gevallen gaat het om vitaminesupplementen, de rest neemt zijn/haar toevlucht tot sterkere medicatie. Pep- en kalmeermiddelen. Rilatine schijnt populair te zijn, naast klassiekers als Captagon.

 

Waar is de tijd?

 

De pillenpakkers hebben zo een oneerlijk voordeel, zegt dokter De Roy van het Medisch Centrum voor studenten (DS 27 mei, pag.3). Je reinste doping, zeggen Britse artsen. Ergo: dopingcontroles! Drie maanden vooraf het cafébezoek plannen en bekend maken. En plassen. Na ieder examen.  De drie studenten die het best scoorden, plus nog drie anderen, uitverkoren bij lottrekking. Met chaperonne? Werk aan de winkel!

 

Ach, een mens mag al eens (glim)lachen. Morgen staat er iets anders in de krant.

30 mei 2008

Wegwerpgebaar

Lange tijd begreep ik niks van voetbaltrainers, de hoogspringers van het trainersgild, afstevenend op een finale met een nulsprong. Eén dan toch. De tweede en de derde is hen niet gegund.

 

Zonder uitzondering zijn ze gepredestineerd tot de slachtbank, onafwendbaar en ultiem punt van aankomst. Voorspelbaar, als hun gesticulatie verworden is tot enkele opgetrokken, verkrampte schouderbewegingen. Als hun doffe, versomberde blik tijdens de negentig minuten meer gefocust is op hun rechters dan op het spel: bestuur, supporters, journalisten en spelers. Onverbiddelijke vierschaar, onaantastbaar en hautain, excellerend in het beter weten en in  poten zagen. In flagrante onkunde en onwil ook, gemeengoed vooral in het pseudo-vedettendom.

 

Lange tijd begreep ik dus niks van voetbaltrainers. Waarom ze star zwijgen na de schop onder hun kont, na het mes in de rug, na de kerf in hun hart. Waarom ze in stilte vertrekken, als een dief in de nacht, beladen met onuitwisbare krassen op hun ziel. Waarom ze zich niet verdedigen, waarom ze over zich laten lopen door een onfitte bende die, fris uit bed, beter sloft dan rent.  

 

En zie, het tij keert. Er is verandering op til. Hugo Broos deelde enkele maanden geleden enkele jabs uit, Frank Vercauteren houdt het in Humo (27/5 nr. 22/3534) bij uppercuts. Na maanden stilzwijgen haalt hij uit. Hard, vernietigend, ontluisterend.

 

Ik maak me geen illusies. Ergens in de rand rond Brussel zullen bestuur en spelers de schouders ophalen en een wegwerpgebaar maken. Vercauteren afdoen als quantité negligable, als een houterig  prinsje uit een ver verleden. Om dan opnieuw over te gaan tot de orde van de dag.

 

Afgerond met biefstuk – friet. Na de training.  

Over mei 2008

Deze pagina bevat alle berichten gepubliceerd op Achter de Schermen in mei 2008. Ze zijn gerangschikt van oud naar nieuw.

april 2008 is het vorige archief.

juni 2008 is het volgende archief.

Er kunnen er nog veel meer gevonden worden op de hoofdindexpagina of door te kijken in de de archieven.

Aangedreven door
Movable Type Enterprise