« februari 2008 | Hoofdpagina | april 2008 »

maart 2008 Archieven

02 maart 2008

Taai

Sinds het veldritseizoen afgelopen is kan ik me terug meer in de luwte bewegen, ver weg van Vlaanderens meest gemediatiseerde wintersport. Ik heb me, voor eventjes dan toch, teruggetrokken in het veiligere cocon van mijn trainingsroots, de triatlon.

 

Gisteren deed ik een aantal melkzuurtests met ‘good old’ Dirk Van Gossum, net terug van een trainingsstage op Lanzarote. Tien dagen training op dat Canarische eiland waren goed voor 26 km zwemmen, 935 km fietsen en 90 km lopen. Dit betekent gemiddeld zo’n kleine 5 uur per dag, foutloos en minutieus als een metronoom, in het zweet voor een comeback in de wedstrijd waar hij, nu al acht jaar geleden, zijn meest spraakmakende prestatie neerzette: de Ironman van Lanzarote.

 

Hoewel afgetraind pikt zijn 45 jaar oude karkas iets moeilijker de trainingsprikkels op als vroeger. De jaren zijn onverbiddellijk. Ze eisen hun tol, ook bij de taaisten onder de taaien. Desondanks zie ik hem langzaam opschuiven in de richting van zijn vroegere testresultaten, seconde na seconde.

 

Er resten ons nog 12 weken om nog beter te worden, om op het niveau te komen dat nodig zal zijn om zijn voet te zetten naast de allerbesten. Hij gaat dat doen, ik geloof erin. Als ik hem hierover spreek houdt hij, (te) bescheiden als hij altijd is geweest, de boot af. Maar de flikkering en de gebetenheid die ik dan zie in zijn ogen zeggen me genoeg.   

 

Read my lips, hear my words. Dirk Van Gossum zal er staan op 24 mei.

05 maart 2008

Medailles

Vandaag had ik een gesprek met John Wiggins, de Brit die begin vorig jaar binnen de Wielerbond Vlaanderen door Bert Anciaux als topsporttrainer werd aangesteld. Wiggins, die al enige tijd in Vlaanderen woont,  is verantwoordelijk voor de baanrenners en is o.a. gespecialiseerd in het gebruik van het SRM-systeem dat gegevens registreert over hartslag, snelheid en geleverd vermogen.

 

Op mijn vraag hoe het volgens hem komt dat België, in vergelijking met de ons omringende landen, zo weinig Olympisch potentieel heeft had hij een erg gedifferentieerd antwoord: totaal onvoldoende lesuren lichamelijke opvoeding op school, te lange schooldagen waardoor  de sporttrainingen voor de jeugd altijd ’s avonds vallen en dus dikwijls beperkt zijn, te veel ongeschoolde trainers, onvoldoende en verkeerde scouting van jonge talenten, verkeerde werking binnen de topsportscholen, vermeende concurrentie tussen deze topsportscholen en de clubs, zelfs te weinig nationaliteitsgevoel.

Meer specifiek weidde hij uit over de sportcompetities tussen de scholen onderling in Engeland, over het belang ervan voor de scholen zelf en hoe het niveau daar soms hoger ligt dan in de officiële competities.

 

Voeg dit bij de versnippering van de sportwetenschappelijke know-how in België, de onwil van topcoaches om samen te werken, de onwil van heel wat federaties om gestructureerd en toekomstgericht te willen werken, de onderlinge concurrentie tussen het BOIC en het BLOSO …, en je begrijpt dat de topsportmanager, ondanks een enorme werkkracht, alle mogelijke goede wil en een aantal schitterende initiatieven soms wel het gevoel moet hebben dat hij een eenzaam gevecht levert tegen windmolens, dikwijls meer dan zijn gezondheid hem lief is.  

 

Je beseft dan ook dat predicties over het aantal medailles vooral op los zand gebaseerd zijn, dat het er de komende Olympiaden niet gemakkelijker op zal worden en dat medailles vooral het gevolg zullen zijn en blijven van individueel (super)talent en privé-initiatieven.  

08 maart 2008

Budgetten

François Colin van Het Nieuwsblad/De Standaard maakt zich zorgen over het Belgische voetbal. Terecht. Na het bruusk ontwaken uit wat voor Anderlecht in Bordeaux, voor heel even dan toch, een mooie Europese droom leek – weliswaar wel in de strijd om de Tuttenfrutten-Cup – vraagt hij zich pathetisch af ‘wanneer er begonnen wordt met de heropbouw van ons voetbal?’.

 

Voor Herman Van Holsbeeck is de zaak klaar en duidelijk. ‘Dit soort ploegen halen we nooit meer in’, zegt hij (DS 8/3/08, pag. 32). Voor hem is de voornaamste reden hiervoor de onoverbrugbaar diepe financiële kloof tussen de Europese topclubs en Anderlecht. Daarnaast kampt Anderlecht, nog volgens de manager,  met het feit dat het te weinig topmatchen speelt, te weinig matchen met een hoge snelheid van uitvoering. En, ‘met alle respect’ zo zegt hij zonder blikken of blozen, ‘ in de Belgische competitie bepaalt Anderlecht meestal het tempo’. Excuseer? Wedden dat ze bij Charleroi, Beerschot, Sint-Truiden, Standard, Cercle Brugge, Club Brugge, Zulte Waregem e.d. niet bijkomen van het lachen? Of zijn ze daar nog aan het uithijgen van het verschroeiende tempo dat hen keer op keer werd opgelegd door ’s lands meest prestigieuze club?

Trouwens, als het budget van doorslaggevende aard zou zijn, dan zou Anderlecht nu al 5 keer zoveel punten moeten hebben als pakweg Cercle Brugge.

 

De problemen situeren zich op een heel ander vlak. Zolang de voetballers en hun trainers het verschil niet kennen tussen een dorstlesser, een energiedrank en een hersteldrank, zolang niet wordt ingezien dat voetbal ook een loopsport is en dat er ook als dusdanig moet getraind worden, zolang er onvoldoende professioneel geleefd wordt op en vooral naast het veld, zolang er  lesgevers zijn bij de opleiding van voetbaltrainers die het verschil niet kennen tussen weerstands- en snelheidstraining, zolang  gastjes die de bal 56 keer hoog kunnen houden met links en hun schoenen goed kunnen knopen opgehemeld worden als zijn het supervedetten en als dusdanig betaald worden, zolang het spelen van ‘partijtjes’ de hoofdmoot vormt van de jeugdtrainingen,  zolang er dikbetaalde ‘topvedetten’ zijn die denken dat het eten van 2 donuts als ontbijt ideaal is om de dag te beginnen, zolang er managers zijn die enkel focussen op geld en van het essentiële verder geen kaas gegeten hebben, zolang de ‘topclubs’ gigantische bedragen blijven betalen aan rendementloze afdankers uit de grote Europese voetballanden, zolang er managers zijn die in het geniep zagen aan de poten van hun eigen trainersstaf, zolang de trainers de kop van jut blijven bij het schromelijk te kort komen van een stel overbetaalde pseudovedetten, zolang deze uitgerangeerde trainers blijven zwijgen over de echte redenen van het mislopen in hun ploeg, zolang kritiek op de gang van zaken niet geduld wordt door allerhande eigenwijze ploeg- en bondsbobo’s, zo lang zal er van een heropbouw van het Belgische voetbal geen sprake zijn.

 

En dat heeft niks, maar dan ook niks te maken met budgetten! 

10 maart 2008

'Knap gedaan, Tia'

Beste Frank Van de Winkel,

 

mijn eigenste dame moet er, dag in en dag uit, mee leven: ik ben een absolute fan van Kim Gevaert en Tia Hellebaut. Dames van topklasse. Wat zeg ik? Van absolute wereldklasse. Ondanks de licht ontgoochelende (maar begrijpelijke) vierde plaats van Kim liep ik vrijdagavond op wolkjes. Die unieke wereldtitel van Tia, weet je.

 

Wat er dit jaar nog mag gebeuren op sportief gebied: met de strompelende finish van een figuurlijk stervende Tia Hellebaut tijdens de afsluitende 800 meter van de vijfkamp op het indoorwereldkampioenschap atletiek in Valencia heb ik hèt sportbeeld van 2008 al gehad. Vermoedelijk ook al dè Belgische sportprestatie van het jaar, en dit ondanks de Olympische Spelen die in het verschiet liggen. Wie doet in Peking immers beter? Wie zorgt voor meer spanning, voor nog meer heroïek? Tia zelf misschien?  

 

Enfin, zo dacht ik als simpele leek dan toch. Tot ik vanmorgen in De Standaard jouw visie van de feiten las. Je bracht me met enkele rake pennetrekken ‘back to earth’. Ik leerde uit je tekst dat de beste ter wereld, Carolina Klüft, niet meedeed, dat andere atletes indoorduels onbelangrijk vinden want niet passend in de voorbereiding op de O.S., dat er geen Afrikanen en Aziaten meedoen aan de vijfkamp, dat de zevenkamp van de mannen toch een stuk zwaarder is en dat een wereldtitel indoor minder prestigieus is dan een wereldtitel in open lucht.

 

Bedankt dat je de prestatie van Tia in het juiste kader hebt geplaatst, dat je één en ander toch een heel klein beetje hebt gerelativeerd. Bijna dacht ik dat Tia’s prestatie echt goed was, van wereldniveau zelfs. Je hebt me echt wel tijdig behoed voor het uitkramen van dommigheden.

 

Misschien heb je wel gelijk. We moeten niet te hard van onze toren blazen, niet te vlug denken dat we iets gepresteerd hebben. Eenvoud siert, is het niet?  

Ik hoop dat Tia het ook zo zal opnemen. Dat ze nu beseft dat ze nog heel wat werk voor de boeg heeft. Dat ze, heel misschien, na heel hard werken, ooit echt iets zal presteren.

 

Iets waarvan jij, onvoorwaardelijk en dus zonder relativeren,  zult kunnen zeggen: ‘Knap gedaan, Tia’

 

 

Coach

15 maart 2008

Recht van antwoord

Mijn vorige blog over het 'relativeren' van de prestatie van Tia Hellebaut door Frank Van de Winkel is, vooral in journalistieke kringen, niet overal met enig begrip ontvangen. Vandaag reageerde hoofdredacteur Marc Mercy van Het Nieuwsblad als volgt in zijn column 'Zwart-wit'  (p. 40)

 

'Paul Van Den Bosch is boos op ons. 'Coach Paul' is de trainer van onder anderen Sven Nys en Luc Van Lierde, maar u kent hem vooral als de man die twee jaar geleden op Canvas enkele volslagen loopleken in één jaar tijd naar de marathon van New York leidde. Hij deed dat op een schitterende wijze, zonder zichzelf in vedette te plaatsen, met veel relativeringsvermogen. Daarom mag ik Van Den Bosch wel. Een man die zijn vak kent, een man die nooit hoog van de toren blaast, een man met zoveel gezond verstand dat het geen kwaad zou kunnen dat het een beetje meer verdeeld werd in de sportwereld, een man met een mening maar geen tafelspringer,... En nu is die man kwaad op ons. Als M.D. boos zou zijn op ons, haalden we de schouders eens op. Als F.W. boos zou zijn, wreven we zelfs genoegzaam in onze handen. Maar als Coach Paul op zijn blog zegt dat wij de gouden medaille van Hellebaut te veel hebben gerelativeerd, doet dat pijn. Zoveel, dat het artikel een herlezing verdiende. Ik stel weer vast dat wij hebben geschreven dat Hellebaut een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd, dat ze de veelzijdigste atlete van de planeet is, dat een meerkamp fysiek met weinig andere sportprestaties te vergelijken is, dat ze een onvoorstelbare trainingsijver heeft, dat ze mentaal zeer weerbaar is en dat - op eentje na - de concurrentie op post was. Een lofzang heet zoiets. En daar moet je in de sport zeer voorzichtig mee omspringen. Hoeveel sporters zijn al niet te vroeg heilig verklaard na een knappe prestatie? Hoeveel Belgische coureurs zijn dodelijk snel vergeleken met Eddy Merckx? Als er iets is waar de sportjournalistiek zich voor moet hoeden is het hoera-journalistiek. Niks wordt daarin meer misbruikt dan het woord historisch. Ikzelf deed het ooit bij de eerste overwinning van Luc Van Lierde in de Ironman. En dat was terecht. Ik deed het na de wereldtitel van Johan Museeuw. Ik weet niet of dat ook terecht was. Daarom stond er ook een relativerende noot in het artikel over Hellebaut. Dat indoor door de toppers minder ernstig wordt genomen dan outdoor, dat de meerkamp minder internationaal is dan sommige andere disciplines en dat er één topatlete ontbrak: Carolina Klüft. Mogelijk heeft Hellebaut al de sportprestatie van het jaar geleverd, maar zij weet zelf ook zeer goed dat met een fitte Klüft erbij, zilver allicht het hoogst mogelijke was. Is het een belediging dat - tussen alle wierook door - te schrijven? Nee Coach Paul, relativeren blijft in alle omstandigheden een noodzaak. Ik vind Sven Nys een fenomeen. Iemand met klasse en vooral een zelden geziene toewijding. Maar mag ik daarom niet schrijven dat veldrijden een vrij lokale sport is? Ik zou niet liever zien dan een stel Russen en Amerikanen op een veldritfiets en allicht zouden ook zij op hun donder krijgen van Nys. Maar zolang dat niet het geval is, blijven we relativeren.

Wat Justine Henin doet is bijzonder knap, maar haar tegenstand blijft soms bedenkelijk: als ik het formaat zie van sommige tegenstanders die toch de kwart- of zelfs de halve finale halen... Ik durf nog verder te gaan. Eddy Merckx is de allergrootste, maar hij had als tegenstand niet de hele wereld, wel slechts een klein deel van West-Europa. Ik denk dat het niet alleen de sportwereld, maar de hele wereld aangenamer zou maken als wat meer mensen wat meer zouden relativeren. Alhoewel. Deze week is de vader van een jonge collega verongelukt. De man was 50. Dat is gebeurd, een jaar nadat ook zijn moeder totaal onverwacht gestorven is op haar 47ste. Daar stopt het relativeren wel.'

17 maart 2008

Stijn en de Ronde

Stijn Coninx heeft de Ronde van Vlaanderen geportretteerd. Zoals alleen hij, zacht en aimabel, dat kan. Met de ruige wereld van priester Daens in het achterhoofd.

 

Stijn deed het op een schitterende, haast onnavolgbare, ingetogen manier. Op een meesterlijk menselijke manier. De Ronde van het volk, van de seingever, van de tooghanger, van Jan met de wielerpet.  De Ronde van zadelpijn en krakende spieren. De Ronde van de Flandrien.

 

Vlaanderen en zijn Ronde lijken wel ver weg bij Stijn. Verder dan de maan van het hanengevecht tussen de UCI en het ASO, lichtjaren verwijderd van de dopingsschandalen en falende, onmenselijke plasjesjagers. Ver weg van combines tussen de overlevenden na de Muur.

 

De Ronde zoals het was. Moet zijn.

20 maart 2008

Wereldmacht

Beste Pieter van den Hoogenband,

 

enkele weken geleden oogstte je lof toen  je Jacques Rogge opriep om zijn verantwoordelijkheid op te nemen en om in naam van het IOC, en dus van alle Olympische atleten, een standpunt in te nemen omtrent de schending van de mensenrechten in China, gastland voor de komende Olympische Spelen. ‘Op die manier kunnen de sporters verwijzen naar het standpunt van het IOC, wanneer hen om een mening in die heikele kwestie wordt gevraagd’, schreef je in De Telegraaf.

 

Eerlijk gezegd lijkt me dit  een beetje een gemakkelijkheidsoplossing. Het doorschuiven van de hete aardappel, om je dan voluit te kunnen concentreren op keihard trainen en ‘snoeihard zwemmen’, zonder vervelende kopzorgen om je hoofd.

 

Als meervoudig Olympisch kampioen kan je, neen, mag je hiermee geen genoegen nemen. Amnesty International is immers vernietigend als het gaat over wat jij een ‘heikele kwestie’ noemt. Het gaat om duizenden (in 2006 officieel 1010, officieus tussen de 7500 en 8000) executies na een onbestaand of oneerlijk proces waarbij bekentenissen vaak zijn afgedwongen door foltering, het gaat om het willekeurig oppakken van zwervers en kleine criminelen (heropvoeding door arbeid) om de straten van Peking schoon te vegen tegen de Spelen, het gaat om intimidatie en arrestatie van mensenrechtenactivisten, het gaat om de extreme beknotting van de vrijheid van pers en internet, het gaat om de onderdrukking van het Tibetaanse volk. Het gaat dus om een schrijnende schending van de mensenrechten. Dag in, dag uit.

 

Het volstaat echt niet om hiertegen even te reageren in een column, om dan weer eindeloos baantjes te gaan trekken.

 

Iedereen weet dat Jacques Rogge machteloos staat. De miljardendeals met de sponsors en TV-stations laten hem geen duizendste van een millimeter ruimte om ‘zijn’ en ‘hun’ Spelen in gevaar te brengen.

Iedereen weet dat het Westerse politieke establishment machteloos staat tegen een politieke en industriële grootmacht als China wiens economie sneller groeit dan ooit iemand voor mogelijk had gehouden.

 

Iedereen weet ook dat, voor de volgende vijf maanden dan toch, niemand meer macht heeft om de schrijnende mensenrechtensituatie in China te verbeteren dan jij, zeldzaam en algemeen aanvaard boegbeeld van de Olympische beweging. Mensen als jij kunnen, samen met enkele andere iconen,  tot op het allerlaatste moment de dreiging van een boycot echt hard maken. Veel meer dan Jacques Rogge, veel meer dan pakweg de Nederlandse en de  Belgische regering, veel meer dan wie dan ook. Mensen als jij kunnen vandaag een stuk wereldpolitiek zoniet veranderen, dan toch beïnvloeden. Mensen als jij zijn een wereldmacht, meer dan ze zelf beseffen.

 

Laat deze kans dus niet liggen. Grijp ze met beide handen. Dat is honderdduizend keer meer waard dan een derde gouden medaille op de 100 meter vrije slag.

 

Coach

21 maart 2008

Boycot

Blogschrijvers worden heel dikwijls geconfronteerd met reacties op interpretaties van hun teksten. Ik weet ervan mee te spreken. Zo ook nu dus, na mijn blog ‘wereldmacht’ over de invloed van de Olympische boegbeelden (zoals Pieter van den Hoogenband er één is) op de mensenrechtensituatie in China. In een andere blog vraagt men zich zelfs al af met welk recht ik aan Pieter vdH vraag de Spelen te boycotten, zijn eigen ambities opzij te zetten voor een zaak ‘die bij voorbaat verloren is’.

 

Nergens schrijf ik dat Pieter vdH moet thuisblijven van de Spelen, nergens schrijf ik dat hij de Spelen moet boycotten. Wat ik wel schrijf is dat het niet volstaat om even de stok in het hoenderhok te gooien. Dat atleten voor één keer sterker  zouden kunnen zijn dan de politiek, sterker dan de IOC-bonzen, sterker dan de federatiebobo’s, sterker dan de Dalaï Lama, sterker dan wie en wat dan ook. Dat hun (gebundelde) stem voor één keer zou kunnen gehoord worden, dat ze een bepalende invloed zouden kunnen hebben op een fundamenteel, onmenselijk wereldprobleem. Dat een dreiging van boycot hierbij een geducht drukkingsmiddel zou kunnen zijn. Dat het resultaat van die impact de glorie van een gouden medaille ver zou overstijgen.

 

Dat opiniebepalende atleten, en als het even kan samen met de IOC-top,  verdomme hun stem moeten laten horen. Klaar en duidelijk.

23 maart 2008

Puzzel

Eén ontstoken achillespees, één hernia met bijhorende operatie, drie spierscheuren (tussenribspier, dij en kuit), twee stressfracturen (dij en scheenbeen), twee beenvliesontstekingen (scheenbeen), tendinitis in de rechter- én linkerschouder… De balans van iets meer dan twee jaar werken met Luc Van Lierde. Meer letsels dan vijf topatleten in hun hele carrière bijeen gerommeld krijgen. En dat ondanks een, in vergelijking met andere toppers, fel gereduceerd trainingsvolume en een voorzichtige trainingsopbouw, ondanks aquajog en stabilisatietraining.

 

Soms is het vechten tegen de dreigende moedeloosheid. Voor de atleet vooral. Ook voor de  coach. Altijd is het een beetje bang afwachten, dag na dag. Speurend naar signalen die wijzen op overbelasting. Hopend dat de zoveelste, nog maar eens gewijzigde, trainingsplanning  - eindelijk – kan worden verder gezet. De mentale weerbaarheid wordt op de proef gesteld. Van de atleet. Van de coach ook.

 

Ik wist waaraan ik begon, toen Luc me in november 2005 kwam opzoeken. Die dag zag ik voor mij een groot atleet. Ondanks een schitterend palmares broos en breekbaar. Fysisch en mentaal. Gekwetst.

 

Ik wist dus dat het moeilijk zou worden. Prof. Koen Peers, die een grondige check-up van Luc deed,  sprak me toen al over een aantal ‘majeure’ problemen. En toch heb ik me de beslissing om met Luc te werken nog geen seconde beklaagd. Een coach moet de problemen onderkennen en er rekening mee houden, maar hij moet vooral focussen op de sterke punten van zijn atleet. En dat zijn bij Luc Van Lierde een enorm potentieel, talent pur sang, en een – zij het soms gekreukte –  nog tomeloze ambitie. Een coach moet vertrouwen hebben in zijn atleet. En dat is ongeschonden. Een coach moet geloven in zijn atleet. En dat doe ik. Geloof me.

 

We gaan verder puzzelen. Zoeken, schuiven met de verschillende stukjes. Proberen en dan weer uit elkaar halen. Tot het geheel eindelijk in elkaar zal passen. Zo ergens half oktober, ver van hier.  

26 maart 2008

Misschien net iets...

Grote sportprestaties zijn vandaag verdacht. Per definitie. Zo ook de nieuwe wereldrecords van de Franse inspanningsastmalijder en krachtpatser Alain Bernard (88 kg voor een lengte 1m96). ‘Die spiermassa gezien?’ vroeg iemand me. Wel nadat ik het mezelf ook al had afgevraagd. Zijn grote Italiaanse rivaal  en huidige wereldkampioen Filippo Magnini  nam, weinig diplomatisch, geen blad voor de mond toen hij zei dat ‘Bernard wel de juiste vitamines zal gevonden hebben.’

 

Maar misschien…

 

Misschien komen deze records niet zomaar uit de lucht gevallen: in 2006 is haalde hij tijdens het Europese kampioenschap in klein bad brons met 47.24 op de 100 meter.  In 2007 zwom hij 21.76 op de 50 meter (21.57 in klein bad) en 48.12 op de 100 meter (46.39 in klein bad).

Misschien benadert Bernard net iets meer dan zijn concurrenten het ideale hydrodynamische profiel. Misschien zijn de stuwvlakken van zijn voeten, armen en handen net iets groter en beter geprofileerd dan die van de andere crawlers. Misschien reageren zijn spieren net iets beter op krachttraining dan die van zijn opponenten. Misschien ligt zijn pijndrempel net iets hoger dan die van de nummers twee en drie. Misschien recupereert hij net iets sneller dan al de anderen die streven naar het allerhoogste. Misschien heeft hij een net iets betere buffercapaciteit voor melkzuur dan al diegenen die zich te barsten zwemmen tijdens die verschrikkelijke weerstandstrainingen. Misschien knalt hij pas tegen ‘de muur’ op na 101 meter, en niet na 75 meter. Misschien traint hij net iets harder en efficiënter dan alle andere zwemmers, waar ook ter wereld. Misschien heeft hij eenvoudigweg net iets meer talent.

 

Misschien is Alain Bernard, alleen en alleen om die redenen, de snelste zwemmer ooit op deze planeet.

(Foto 'The Wolf' Michiel Jelijs)

29 maart 2008

Clean desk

Jarenlang was mijn slordigheid en stapelwoede een doorn in het oog van mijn – voor de rest overigens zeer verdraagzame en charmante  - vrouw. De kasten en laden van mijn bureau’s (ik heb er twee) puilden uit van scheef liggende sponsorings- en andere dossiers, trainingsschema’s van gisteren tot 18 jaar geleden, oude en nieuwe tijdschriften, wetenschappelijke publicaties, verlopen reagens voor melkzuurtesten, testresultaten, oude krantenknipsels, een mix van waardevolle en waardeloze sportmemorabilia, gepubliceerde en ongepubliceerde manuscripten, boeken, folders, lesvoorbereidingen, cursussen, … Uiteindelijk was dit nog maar het topje van de ijsberg. Door de jaren heen gebruikte ik zo nu en dan een schaars vrij moment om kartonnen dozen te vullen met hoger beschreven prullaria, en deze in stilte te transporteren naar de verste en donkerste uithoeken van mijn kelder. De levensduur van de vrijgekomen ruimte was jammer genoeg beperkt.   

 

Mijn pogingen om er een ‘clean desk policy’ op na te houden verzandden binnen de 24 uur steeds weer in een aanvankelijk nog gecontroleerde, doch onomkeerbare chaos, tot de eerste symptomen van een heuse vuilnisbelt me deden beseffen dat ik nog maar eens gefaald had in mijn duizendste poging om orde te brengen in mijn getormenteerde levens als leraar, coach, schrijver, beheerder van To Walk Again, sporter, echtgenoot en vader. Ik besefte al lang dat het anders moest, maar de soms ondraaglijke drukte van mijn bestaan bouwde een oninneembare wal op tussen mij en mijn kasten.

 

Tot in de paasperiode de geest van netheid en orde – de eerlijkheid gebied me te zeggen dat hij strikt geadviseerd, ja gecommandeerd werd door mijn eega -  op me neder daalde.  Tijdens de voorbije week heb ik, dag na dag, tientallen kilo’s papier naar het gemeentelijke  containerpark gevoerd. Geen blad, geen voorwerp bleef onaangeroerd. Alles passeerde mijn handen, werd gewikt en gewogen. Ik heb geselecteerd, geklasseerd, gesorteerd. Vooral geëlimineerd. Streng, maar rechtvaardig.

 

En zie, de orde in mijn hoofd volgde de orde in mijn kasten. Ik zie alles veel duidelijker nu, het lijkt me zoveel eenvoudiger te focussen op het essentiële. Gedaan met mezelf, de feiten en de anderen achterna te hollen. Gedaan met ja te zeggen als ik eigenlijk neen wil zeggen. Gedaan voor vandaag   met deze blog. Ik ga dadelijk uit eten, met vrouw en kinderen. Een glas drinken op hen, op ons, op deze voornemens, op een rustiger leven.

 

Op de doelstellingen van de volgende maanden. Dat zijn er nogal wat…  

 

(P.S. de bijhorende foto is NIET mijn bureau...)

Over maart 2008

Deze pagina bevat alle berichten gepubliceerd op Achter de Schermen in maart 2008. Ze zijn gerangschikt van oud naar nieuw.

februari 2008 is het vorige archief.

april 2008 is het volgende archief.

Er kunnen er nog veel meer gevonden worden op de hoofdindexpagina of door te kijken in de de archieven.

Aangedreven door
Movable Type Enterprise